Flexi-jobs: uitbreiding naar (bijna) alle sectoren vanaf 1 juli 2026

Goedgekeurd op 18 juni: flexi-jobs gaan (bijna) overal open vanaf 1 juli 2026. Dit verandert er voor u en uw werknemers

Flexi-jobs worden (bijna) overal mogelijk in de privésector en de publieke sector: vanaf 1 juli 2026 verandert er heel wat

De hervorming is geen wetsontwerp meer: ze werd op 18 juni 2026 goedgekeurd. Vanaf 1 juli 2026 worden flexi-jobs in principe mogelijk in de hele privésector en de publieke sector, voor elke werkgever en werknemer die onder de RSZ-wet valt.

De logica wordt omgedraaid, maar uitstap blijft mogelijk

Vandaag moet een sector expliciet toegelaten worden om met flexi-jobs te werken, via een combinatie van toelatingen en uitsluitingen die bij koninklijk besluit worden vastgelegd. Morgen wordt dat omgekeerd: de toegang staat in principe open, en uitsluiting wordt de uitzondering. Voor de privésector blijft een sectorale uitstap mogelijk, maar dat vereist een eenparige aanvraag van het bevoegde paritair orgaan en een collectieve arbeidsovereenkomst van de sociale partners. Wie later opnieuw wil instappen, moet dezelfde procedure volgen, waarna het nieuwe koninklijk besluit in werking treedt op 1 januari van het volgende jaar.

Ook de publieke sector en de zorgsector gaan open

De opening blijft niet beperkt tot de klassieke privésector: ook de publieke sector komt in beeld. Voor die laatste gelden wel specifieke aanpassingen, onder meer door de regels rond contractuele aanwerving, statuten, beschermde beroepen en onverenigbaarheden, waardoor functies die enkel onder statuut kunnen worden uitgeoefend in de praktijk buiten bereik blijven. Uitdrukkelijk uitgesloten zijn: magistraten, mandaathouders bij de Raad van State, en personeel van de buitendiensten van de Staatsveiligheid en de geïntegreerde politie.

Zorgfuncties worden niet langer automatisch uitgesloten, op voorwaarde dat de vereiste kwalificaties en diploma's gerespecteerd worden. Om te vermijden dat een deel van de basiszorg structureel zou verschuiven van vaste werknemers naar flexi-jobbers, voorziet de tekst de mogelijkheid om het gebruik van flexi-jobs te beperken tot een proportioneel deel van het totale arbeidsvolume — zowel voor de kinderopvang als voor de hele gezondheidszorgsector, privé en publiek.

Wat verandert er voor werknemers en gepensioneerden?

Voor werknemers met een hoofdactiviteit blijft de basisvoorwaarde ongewijzigd: zij moeten minstens 4/5e tewerkgesteld zijn bij een of meerdere werkgevers tijdens het referentiekwartaal T-3. De echte verandering zit bij gepensioneerden: zij moeten voortaan gepensioneerd zijn in het kwartaal van de flexi-job zelf (T), in plaats van twee kwartalen eerder (T-2). Wie net met pensioen is gegaan, zal dus veel sneller kunnen instappen in het systeem dan vandaag.

Meer combinatiemogelijkheden met uitzendarbeid en verbonden ondernemingen

Twee opvallende verruimingen. Eerst en vooral verdwijnt het strikte verbod voor uitzendkrachten om bij hetzelfde uitzendkantoor tegelijk als gewone uitzendkracht én als flexi-jobber te werken, op voorwaarde dat dit niet bij dezelfde gebruiker gebeurt. Daarnaast wordt het verbod op een flexi-job bij een verbonden onderneming versoepeld: wie al voltijds werkt bij zijn hoofdwerkgever, zal voortaan een flexi-job kunnen uitoefenen bij een onderneming die met die werkgever verbonden is. Voor wie enkel de minimale 4/5e-voorwaarde vervult, blijft dat verbod wel gelden.

Functies en sectoren die uitgesloten blijven

Het openingsprincipe is ruim, maar niet onbeperkt. Buiten het toepassingsgebied blijven:

  • artistieke, artistiek-technische en artistieke ondersteunende functies;
  • huispersoneel (PC 323);
  • begrafenisondernemingen (PC 320), behalve voor opdrachten als occasionele werknemer;
  • land- en tuinbouw (PC 132, 144, 145), behalve voor de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen;
  • de zeevisserij (PC 143), behalve voor walpersoneel (categorie 019) en magazijnpersoneel (categorie 086).

Loongrens verandert van berekeningsbasis

De grens van 150% van het minimum basisloon blijft behouden, maar de berekeningsbasis wordt nauwer afgelijnd: ze geldt voortaan enkel nog op het basisloon zelf. Wettelijke, reglementaire of conventionele toeslagen — zoals overloon, nachtvergoedingen, feestdagtoeslagen of eindejaarspremie — kunnen bovenop dat basisloon worden toegekend zonder in deze grens van 150% te worden meegeteld. In de horeca wordt daarnaast een afzonderlijk plafond van 21 euro per uur ingevoerd, geïndexeerd volgens de gewone regels.

Vraagt u zich af of uw sector zal kiezen voor uitstap, of of uw loonadministratie klaar is voor 1 juli?

Daar bekijken we samen.

Ontdek ook

WhatsApp